Opvang asielzoekers

Asielzoekers hebben recht op materiële hulp (opvang) gedurende de volledige asielprocedure. Het opvangtraject begint bij de dienst Dispatching van Fedasil.

Toewijzing van een opvangplaats

Personen die bij de Dienst Vreemdelingenzaken asiel hebben aangevraagd, begeven zich vervolgens naar de Dispatching van Fedasil (in hetzelfde gebouw). Die wijst de asielzoeker een opvangplaats toe (de verplichte plaats van inschrijving of 'code 207').

Alle asielzoekers ouder dan vijf jaar ondergaan, bij hun aankomst in de Dispatching, een radiografie van de longen die bedoeld is om tuberculose (TBC) op te sporen. Besmette personen worden verplicht in het ziekenhuis opgenomen. Asielzoekers moeten dit onderzoek om de zes maanden laten doen, en dit gedurende de eerste twee jaren van hun verblijf in België.

De Dispatching geeft alle nieuwe asielzoekers een informatiebrochure die in tien talen beschikbaar is. Deze brochure informeert de asielzoekers over hun rechten en plichten tijdens de opvangperiode.

Bij de toewijzing van deze opvangplaatsen tracht de Dispatching zoveel mogelijk rekening te houden met de specifieke situatie van de asielzoekers (gezinnen met kinderen, rolstoelgebruikers, niet-begeleide minderjarigen... ). Bepaalde opvangstructuren zijn immers beter dan andere aangepast aan de noden van sommige asielzoekers.

Het opvangnetwerk

In totaal beschikt België over meer dan 25 000 opvangplaatsen. Het netwerk bestaat uit collectieve en individuele opvangstructuren. De collectieve structuren zijn opvangcentra die door Fedasil, het Belgische Rode Kruis of andere partners beheerd worden. De individuele structuren zijn woningen die door de OCMW's (de 'lokale opvanginitiatieven' of LOI's) of door ngo's beheerd worden.

Alle opvangstructuren zijn ‘open’, wat betekent dat de bewoners er vrij kunnen binnenkomen en buitengaan. Ze krijgen er onderdak en eten, kledij alsook sociale, medische en psychologische begeleiding, een dagelijkse uitkering (zakgeld) en toegang tot juridische bijstand en tot diensten zoals tolken en opleidingen.

De federale regering (regeringsakkoord - oktober 2014) voorziet in een nieuw opvangmodel, met de collectieve centra als norm. Opvang in de individuele woningen is voorbehouden voor kwetsbare personen (zwangere vrouwen, alleenstaanden met kinderen, personen met een beperking…) en voor asielzoekers die een grote kans hebben om erkend te worden als vluchteling. Fedasil startte verschillende pilootprojecten om het nieuwe opvangmodel voor te bereiden.

Einde van de opvang

Het recht op opvang loopt ten einde wanneer de asielprocedure afgelopen is en de eventuele beroepsprocedures uitgeput zijn. Na een positieve beslissing krijgt de vluchteling (of de persoon die recht heeft op subsidiaire bescherming) een verblijfsvergunning en kan hij op zoek gaan naar een eigen woning. Hij mag nog twee maanden in een opvangstructuur verblijven om een geschikte verblijfplaats te zoeken. Hij kan hiervoor hulp vragen aan een OCMW.

Na een negatieve beslissing krijgt de 'uitgewezen' asielzoeker een bevel om het grondgebied te verlaten. Sinds 2012 en de invoering van een 'terugkeertraject' wordt de persoon voor wie de negatieve beslissing door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bevestigd werd, verzocht zich te begeven naar een van de vier Fedasil-centra die 'open terugkeerplaatsen' organiseren. De bedoeling is om de bewoners te overtuigen van de voordelen van een vrijwillige terugkeer, in vergelijking met een gedwongen terugkeer. Het 'open' karakter van de opvangcentra is gegarandeerd omdat geen enkele bewoner zal worden uitgezet tijdens de uitvoeringstermijn van het bevel om het grondgebied te verlaten (meestal 30 dagen), en omdat een bewoner steeds het centrum kan verlaten wanneer hij dat wenst.