Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV)

Het opvangtraject van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen verloopt in drie fasen. 

1e fase: Observatie

In een eerste fase worden de jongeren opgevangen in een Observatie- en Oriëntatiecentrum (OOC).

De bedoeling van deze eerste opvang is tweeërlei. Enerzijds geeft het de Voogdijdienst de kans om na te gaan of de jongere wel degelijk niet-begeleid en minderjarig is. Anderzijds wordt er in het OOC een eerste medische, psychologische en sociale profielschets van de minderjarige gemaakt (observatie). Het doel is om eventuele kwetsbare punten bij de jongere te detecteren en hem te oriënteren naar een opvangstructuur die het meest aangepast is aan zijn noden. 

2e fase: Stabilisatie

Na twee tot vier weken in een Observatie- en Oriëntatiecentrum, wordt de jongere doorverwezen naar een collectieve opvangstructuur (federaal opvangcentrum of een centrum van een van onze partners, bijv. Rode Kruis). De jongeren verblijven er in een afzonderlijke leefgroep, met een eigen team van begeleiders en opvoeders. Ze worden begeleid in hun schoolloopbaan en op een progressieve manier voorbereid op meer autonomie. 

3e fase: Begeleide autonomie

In de derde fase (na vier tot twaalf maanden) kunnen jongeren vanaf 16 doorstromen naar een meer individuele opvangstructuur, bijv. een lokaal opvanginitiatief (LOI) van een OCMW. Hier genieten de jongeren meer vrijheid en autonomie, maar krijgen ze toch de nodige begeleiding. 

Het opvangtraject voor niet-begeleide minderjarigen is gebaseerd op de overtuiging dat doorheen de hele opvangperiode lang een continuïteit in de begeleiding nodig is. Het belang van het kind staat centraal. Men vertrekt vanuit de jongere zelf en vanuit zijn specifieke noden.

Het einde van het opvangtraject

Tot de leeftijd van 18 mag een niet-begeleide minderjarige vreemdeling niet uitgewezen worden, ongeacht het feit of hij wel of niet asiel heeft aangevraagd. Als hij voor zijn achttiende erkend wordt als vluchteling of een ander verblijfsstatuut krijgt, dan heeft hij recht op financiële steun van een OCMW. 

Als de jongere 18 wordt en er is nog geen beslissing over zijn asielaanvraag, gaat hij naar een opvangstructuur voor volwassen asielzoekers. Als de jongere 18 wordt en geen verblijfsvergunning meer bezit, moet hij het opvangnetwerk verlaten.

Specifieke doelgroepen

Sommige niet-begeleide jongeren hebben speciale begeleiding nodig, omwille van hun specifieke situatie of kwetsbaarheden. Er werden drie specifieke begeleidingstrajecten opgestart:

  • Begeleiding van minderjarige alleenstaande moeders (Rixensart):
    In het opvangcentrum van Rixensart is een vleugel speciaal ingericht voor de opvang van niet-begeleide minderjarige moeders. Deze meisjes verblijven er in een meer familiale omgeving, ze krijgen speciale begeleiding bij de zorg voor hun kind, en het centrum heeft een crèche.

  • Opvang van niet-begeleide jongeren zonder asielaanvraag (Sugny):
    Niet alle niet-begeleide minderjarigen dienen een asielaanvraag in. Toch is Fedasil wettelijk verplicht om alle minderjarigen op te vangen in de opvangstructuur. Voor jongeren die geen asielaanvraag indienen werd een speciale begeleiding voorzien in het opvangcentrum van Sugny. Na een eerste opvang in Sugny, wordt voor deze jongeren aansluiting gezocht bij andere jongeren in een centrum.

  • Time-out (Sint-Truiden):
    Time-out is een project gericht op niet-begeleide minderjarigen waarbij de samenwerking tussen de begeleiding en de jongere moeizaam verloopt of dreigt vast te lopen. De jongere wordt tijdelijk en preventief overgeplaatst naar een speciale opvangplaats in het opvangcentrum van Sint-Truiden. In een intensief educatief traject wordt gewerkt aan de knelpunten in het contact met de jongere.