Fedasil, EU en terugkeer

Eind 2010 trad de 'Terugkeerrichtlijn' in werking. Deze richtlijn legt een aantal gemeenschappelijke normen op inzake terugkeer: ze bevat een reeks transparante en gemeenschappelijke regels voor terugkeer en repatriëring, het gebruik van dwangmaatregelen en de heropname in de EU. In 2008 werd het Europees Terugkeerfonds in het leven geroepen om tot in 2013 meer slagkracht te geven aan het terugkeerbeleid, door de voorkeur te geven aan de vrijwillige terugkeer. Meer informatie over de 'Terugkeerrichtlijn' vindt u op de website van de Europese Commissie.

Fedasil is betrokken bij verschillende netwerken en projecten rond de vrijwillige terugkeer van uitgewezen asielzoekers en migranten zonder wettig verblijf: het CSI-netwerk, het ERI-project en de mobiliteitspartnerschappen.

Common Support Initiative (CSI)

Het project Common Support Initiative (CSI) ging van start in 2013 onder de verantwoordelijkheid van Fedasil en richt zich op meer uitwisseling en operationele samenwerking tussen de Europese landen op het vlak van vrijwillige terugkeer. CSI geeft ook technische ondersteuning aan de Europese partners, voornamelijk door gemeenschappelijke instrumenten te ontwikkelen op het vlak van vrijwillige terugkeer en re-integratie. Tot slot ligt het in het verlengde van andere internationale initiatieven, zoals het REG (het Return Expert Group van het EMN). 

Momenteel nemen tien organisaties uit tien landen deel aan dit project: België (Fedasil), Duitsland (BAMF), Luxemburg (Ministerie van Buitenlandse Zaken), Finland (Migri), Verenigd Koninkrijk (Home Office), Zwitserland (SEM), Frankrijk (OFII), Nederland (DT&V) en Noorwegen (UDI). Het doel is om de lijst van deelnemers geleidelijk aan uit te breiden met ander EU-lidstaten die geïnteresseerd zijn en met dezelfde uitdagingen te maken krijgen.

European Reintegration Network (ERIN)

Sinds juni 2016 en tot 2021, richt het project ERIN Specific Actions zich op een gezamenlijke organisatie en ondersteuning door verschillende lidstaten van de re-integratie in een reeks terugkeerlanden. Het doel van ERIN is om een gedeelte van de uitgaven Europees te financieren. Bovendien krijgt Fedasil dankzij dit project de mogelijkheid om via een operationele samenwerking met andere Europese landen nieuwe aspecten van re-integratie te leren kennen.

ERIN Specific Actions telt 18 deelnemende landen: Australië, België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Roemenië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland. De 24 terugkeerlanden die betrokken zijn in het project zijn voornamelijk van Afrika en het Midden-Oosten.

Mobiliteitspartnerschappen

De mobiliteitspartnerschappen maken deel uit van wat we ook wel de 'Totaalaanpak van migratie en mobiliteit van de EU' noemen. De voorbije jaren zijn er mobiliteitspartnerschappen gesloten met Kaapverdië, Moldavië, Georgië, Armenië en Marokko.

De eerste totaalaanpak van migratie, goedgekeurd in 2005, is opgevat als een actiekader om rekening te kunnen houden met alle aspecten van migratie, in samenwerking met de derde landen. Het gaat daarbij onder andere om illegale migratie (heropnameakkoorden, bestrijden van illegale migratie), maar ook om legale migratie (het visumbeleid bijvoorbeeld) of migratie en ontwikkeling. In zekere zin worden asiel en migratie zo niet enkel vanuit Europees standpunt bekeken, maar ook door de ogen van de landen van herkomst, transitlanden en derde landen.

Fedasil is momenteel actief in twee ervan: Marokko (project Sharaka) en Tunesië (project Lemma). Voor het luik illegale migratie zijn in de twee gevallen re-integratieprojecten van meerdere jaren opgezet voor burgers van het land. Die zijn gericht op een betere coördinatie tussen de re-integratiediensten die de verschillende lidstaten aanbieden en zijn zo een aanvulling op het Belgische re-integratieprogramma.