Asielprocedure

De huidige asielprocedure trad in werking op 1 juni 2007.

Indienen van een asielaanvraag

Doorgaans wordt een asielaanvraag ingediend bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) te Brussel. Maar deze kan ook worden ingediend aan de grens (bv. in een luchthaven), binnen een gesloten centrum of in een strafinrichting.

De Dienst Vreemdelingenzaken registreert de asielaanvraag en onderzoekt of België verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag (het Dublin-onderzoek). Als een andere Europese lidstaat verantwoordelijk is, mag België de asielzoeker doorverwijzen. In deze fase legt de asielzoeker enkel een korte verklaring af en vult hij een standaardformulier in.

Onderzoek en beslissing

De asielaanvraag zelf wordt onderzocht door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS). Tijdens een verhoor met een medewerker van het CGVS krijgt de asielzoeker de kans om zijn verhaal te vertellen en de motieven voor zijn aanvraag uit te leggen. Vervolgens onderzoekt het CGVS of de verklaringen met de werkelijkheid overeenstemmen en of ze de asielzoeker toelaten om het vluchtelingenstatuut of subsidiaire bescherming te verkrijgen.

Sinds 2006 bestaat er - naast het vluchtelingenstatuut - immers het 'statuut inzake subsidiaire bescherming'. Dit statuut wordt toegekend aan asielzoekers die niet aan de criteria voor het vluchtelingenstatuut voldoen, maar zich niettemin in zo'n situatie bevinden dat terugkeren naar hun land van herkomst een reëel en ernstig risico zou inhouden.

Het CGVS kan het vluchtelingenstatuut en de subsidiaire bescherming toekennen of weigeren. Tijdens de volledige duur van dit onderzoek krijgt de asielzoeker een voorlopige verblijfsvergunning.

Beroep

Als hij niet akkoord gaat met de beslissing van het CGVS, mag de asielzoeker beroep aantekenen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RVV). Dit rechtscollege kan de beslissing van het CGVS bevestigen (de beslissing blijft ongewijzigd), hervormen (de beslissing wordt gewijzigd) of annuleren (het CGVS moet een nieuw onderzoek voeren).

Na de procedure

Zodra de RVV een eindbeslissing heeft genomen, wordt de asielprocedure afgesloten. Net zoals voor elke administratieve handeling, is er evenwel de mogelijkheid om een cassatieberoep in te dienen bij de Raad van State. Die voert een procedure uit om na te gaan of de redenen voor dit beroep geldig zijn.

Aan het einde van de asielprocedure krijgt de asielzoeker bescherming, via het vluchtelingenstatuut of dat van de subsidiaire bescherming, of is hij uitgeprocedeerd. Wanneer de asielaanvraag definitief verworpen werd, krijgt de uitgewezen asielzoeker een bevel om het grondgebied te verlaten.

Meer gedetailleerde informatie over de asielprocedure vindt u op de website van het CGVS: www.cgvs.be